dinsdag 21 april 2015

Voorbereid

Tja en dan heb je een druk weekend, kinderen jarig, taarten bakken, visite kussen en dan is het weekend voorbij. Zondagmiddag nog even contact met de vakcoach over wat moet ik doen? Maar ook die had een druk weekend dus die wist het ook niet zo een twee drie...

Dus gedaan wat er op magister staat en we zien het wel.... en dat heb ik geweten!
Blijkt dat de leerlingen van het eerste uur nog veel vragen hadden over de vorige hoofdstukken, die ik dus niet goed had voorbereid! Een gedeelte kon ik wel uit mijn mouw schudden maar andere delen dus ABSOLUUT niet... Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet zeker weet of ik het wel had gered als ik het wel had voorbereid. Ik krijg van deze leerlingen gewoon zulke andere vragen, vragen die ik mijzelf nooit heb afgevraagd maar gewoon voor waar aannam. Tja en dan moet je iets uitleggen waar je zelf dus nooit over nagedacht hebt (en blijkbaar ook nooit behandeld hebt op de opleiding)

Klotsende oksels, veel eeehhh en een knalrode kop als resultaat. Ik had mezelf volledig vast gekletst... Gelukkig kwam mevrouw F. mij redden. Maar ja dat moet eigenlijk niet... dus....

Het 2e uur was een toets. Die had ik wel goed voorbereid dus daar niks aan de hand...

Het 4e uur was de bespreking van het SO. Waar ik overigens VEEEEEEL te lang over deed. Dat had niet zo uitgebreid besproken hoeven worden. Maar ja wel gedaan en gefilmd. Nu dat stukje maar beoordelen. Ben benieuwd wat daar uit gaat komen, ik heb er geen goed gevoel bij...

Volgende keer toch maar voorbereiden!

Afgelopen vrijdag (17/4) waren er een aantal leerlingen die het PO nog moesten inhalen, ik had ze persoonlijk aangesproken en gemaild op een leerling na. Die was die dag ziek, maar natuurlijk wel gemaild, mevrouw F heeft nog in de klas gemeld dat hij vrijdag bij mij ingehaald moest worden. Die vrijdag morgen heb ik de betreffende leerling nog aangesproken. En met grote ogen kijkt ze me aan: Nee daar weet ik niks van. En: Ik kan niet want ik moet van mijn moeder direct naar huis. Dus ik dring nog eens aan. Je hebt het SO al geleerd en goed gemaakt dit is ook te doen. Kom nou gewoon. Ja ik kom straks mevrouw, was het antwoord.

Als het practicum begint is de leerling er niet. Een klasgenoot deelt mij mede dat de leerling direct naar huis moest van moeder. Hmmm beetje raar maar ok, ik ga aan de slag met de andere leerlingen en dat gaat best goed. Als ik vervolgens naar huis fiets kom ik door de stad die betreffende leerling tegen, gezellig met klasgenoten aan het winkelen. Omdat ik haast heb fiets ik wel door maar eigenlijk ben ik "not amused". Wat moet ik nu doen? Ik wil de leerling eigenlijk een 1 geven, maar mag dat wel? In overleg met de LCD van deze leerling besluiten we inderdaad dat ik een 1 in magister ga zetten. En als de leerling bij me komt om verhaal te halen moet ik verwijzen naar de LCD. Waarschijnlijk ga ik vervolgens alsnog haar een kans geven op het PO... En dan? De LCD wilde dat het mij weinig werk ging kosten en haar HEEEEEL VEEEEEL. Maar hoe dan? Nou ja, de leerling moet eerst maar eens bij me langskomen

Druk

Had ik al verteld dat mijn curriculum gaat veranderen? En dat ik daarvoor alle deelvakken moet afronden voor 1 juni? Nee? Nou mijn curriculum gaat dus veranderen, en dan moet ik alle deelvakken afronden want anders vervallen ze... Voor mij betekent dit dat ik alle BRP vakken moet afronden. (BRP? huh?) Alle didactiekvakken van het oude curicculum moet ik afronden. En in november denk je nog: ooo dat lukt wel ik heb nog tot juni. En in januari denk je: Ik moet nog iets harder gaan werken. En nu heb ik nog 40 dagen om alles af te ronden.... TIJD ZAT, zou je denken... Even een mooi lijstje maken met wat te doen enzo... Heel gestructureerd gaan werken... Heel simpel....

Heel simpel voor mensen die dit altijd al doen ja. Niet voor mensen die dat niet doen.... Mensen zoals ik...

Ik heb wel een lijstje gemaakt, sterker nog ik heb er een aantal gemaakt. Eerst een grote lijst, maar die vond ik niet handig, toen een lijst per vak, en nu heb ik maar de agenda uitgeprint er met dikke koeienletters opgeschreven hoeveel tijd ik die dag heb om te leren. En post-its erop met de vakken en onderdelen.... Die lijkt wel te werken.

Maar waarom werkt dit niet voor mij? Waarom voel ik door die lijstjes alleen maar meer druk? En waarom blijven er lijstjes in mijn hoofd zitten? Want dat doe ik namelijk wel: lijstjes in mijn hoofd maken. Lijstjes die te pas en te onpas op komen borrelen. Bijvoorbeeld midden in de nacht of midden in een zin omdat je dat dus blijkbaar ergens aan gekoppeld hebt. Waarom geeft een fysiek lijstje mij niet de rust die het anderen wel geeft?

Normaal gesproken werken de lijstjes in mijn hoofd prima, als er geen druk is en thuis alles goed gaat... Maar op dit moment... Het is zo erg dat ik zelfs vergeten ben om voor de kinderen een tractatie te maken voor school. Dat doen ze nu maar zelf, want mama is aan het werk en als ze niet werkt is ze aan het studeren... Het is zo erg dat ik een heel schema heb waarop staat wanneer mama beschikbaar is voor de kinderen. Waarop ze kunnen zien wanneer ze me mogen storen en wanneer het "hun" avond is. Want dat heb ik wel heel bewust gedaan: 2 avonden per week is mama niet aan het studeren, 2 avonden per week zijn van mijn kinderen, dan kunnen we spelletjes doen, televisie kijken of lekker buiten spelen... Daarnaast ben ik op de dagen dat ik niet werk thuis als de kinderen uit school komen, ook dan studeer ik niet. Maar ja dan willen ze vaak ook spelen met vriendjes... en dus geen quality time met mama. En wat als er iets tussendoor komt? Zoals iets organiseren voor mijn man die 40 wordt? Of een kinderfeestje terwijl ik achter de boeken zou zitten?

En dan nu die KEIHARDE deadline... Die op me drukt en voelt als het zwaard van damocles. En hoe hard ik ook mijn best doe, ik heb niet het gevoel dat ik dichter bij kom... Doemscenario's flitsen 's avonds door mijn hoofd: wat als ik het niet haal? Ga ik dan alles opnieuw doen? Ik ben al zo lang bezig, is dit het allemaal waard?

En dan sta ik op maandag voor de klas en op dinsdag en vrijdag achter de schermen. En dan weet ik weer: Ja dit is het allemaal waard. Nu alleen nog opschieten...

zondag 5 april 2015

Lichaam gevonden op onze school?!

Voor deze lessenserie heb ik eens goed gekeken naar de practica die wij doen. Bij ons op school hebben we er voor gekozen dat we niet met echt bloed werken. Dat betekent dat je als docent een ander practicum moet gaan doen als je wil dat leerlingen hier wel iets van meekrijgen. En dat practicum bestond op onze school, een zeer bewerkelijke methode met heel veel glaswerk en voorbereiding. Onze toa gaf het af en toe enorm veel stress, als nieuwe toa en stagiaire ligt hier een kans om een heel nieuw practicum te ontwerpen. Een die een langere tijd mee kan en die (uiteindelijk) minder voorbereiding en nawerk  heeft voor onze toa.

En dus ben ik gaan zoeken, en uiteindelijk heb ik wat gevonden... Lang leve internet zou ik nu zeggen! Maar omdat het practicum dat ik vond werkte met oplossingen met metalen heb ik daar nog wat aanpassingen in gemaakt. En dan ben ik dankbaar dat ik ook als toa scheikunde werk, want zonder dit werk was dit practicum me nooit gelukt om samen te stellen.

Het practicum is voor een cijfer en bestaat uit 3 delen: een theoriestuk over de bloedgroepen (10 minuten) en 2 practicum delen.

In het kort komt het er op neer dat er een docent neergestoken is bij ons op school (mevrouw Mia Tose). Hierbij is bloed gevonden van haar maar ook een onbekende, we gaan uit dat dit het bloed van de dader is.Natuurlijk hebben we ook verdachten (Asis Tent, Ko Sjersje en Eef Volutie). De leerlingen moeten de bloedgroepen bepalen van deze 5 monsters. Voor het tweede practicum deel raakt een van de politieagenten (P. de Vries) gewond en heeft bloed nodig. Ze moeten de bloedgroep van meneer de Vries bepalen en ze moeten daarna bepalen wie er bloed kan geven aan meneer de Vries.

Weken van voorbereiding en afgelopen maandag was het dan eindelijk zover. De 3 klassen hadden het practicum. Ik was best zenuwachtig want hoe zou het gaan? Allereerst had ik vooraf niet bedacht hoe lang het theoriegedeelte zou duren en heb daar dus eerst 15 minuten voor uitgetrokken. Nadat iedereen klaar was zijn de leerlingen in 2-tallen gaan zitten en begonnen aan het practicum. En dan blijkt dat de leerlingen moeite hadden met de reacties: wat is een positieve reactie en wat een negatieve? En hoeveel "bloed" mogen ze gebruiken? (1 of 2 druppels? of veel meer?)

En dan blijkt het dat een aantal leerlingen ook te weinig tijd hebben voor het hele practicum... Omdat dit de allereerste keer is dat we hem uitvoeren spreken we met de leerlingen af dat we hier rekening mee houden bij de beoordeling.

Voor het tweede uur hebben we al wat opmerkingen verzameld die we voor het begin van het practicum geven. Ook geven we aan dat het theoriestuk in 10 minuten gedaan kan worden.

De laatste klas geef ik in mijn eentje, geen ondersteuning van mevrouw F. of de toa. Ik probeer de klas rustig te houden maar ik heb moeite om de vaart er in te houden. Er zijn hier ook veel leerlingen die het niet af krijgen.

Het nakijken... Hoe ga je om met de fouten die gemaakt worden? In het theoriestuk vond ik dit nog niet zo heel moeilijk. Alhoewel als ik Membraameiwit A of Membraaneiwit B wil horen vind ik het dan goed als ze alleen A of B zeggen? Als leerlingen niet de goede reactie zien of de reactie verkeerd interpreteren reken ik dat dan goed of fout? Als ze wel de redenatie goed hebben van hun reacties reken ik dat dan goed of fout? Ik had ook toegezegd dat ik rekening zou houden met de leerlingen die het practicum niet af hebben. Maar tot waar hadden ze het af kunnen hebben? En hoe beoordeel ik dat? Want er zijn ook leerlingen die wel alles af hebben. Uiteindelijk heb ik besloten dat ze genoeg tijd hebben gehad om deel 1 van het practicum af kunnen hebben. Als je dit af hebt gekregen dan kun je maximaal een 9 halen. (berekening = (totaal aantal punten behaald / te behalen punten deel 1)*8+1). De leerlingen die het wel helemaal gemaakt hebben kunnen een 10 halen. (berekening = (totaal aantal punten behaald / te behalen punten deel 1 en 2)*9+1). Maar dan blijkt dat er leerlingen zijn die op deel 1 beter scoren dan op deel 1 en 2. En hoe ga ik hier dan mee om? Daarvoor heb ik besloten om het hoogste van de twee cijfers te nemen.

Een aantal leerpunten:
  • Er moeten meer lessen tussen dit PO en de theorie. 2 van de 3 klassen hadden de theorie pas de les ervoor gehad. Dit was veel te kort.
  • Er waren een paar leerlingen die ziek waren in de week dat de theorie werd besproken. Ik heb ze wel mee laten doen. Achteraf had ik ze beter weg kunnen sturen en ze het later in laten halen.
  • Zorg er voor dat de reacties voor de leerlingen duidelijk zijn. Ik kan dit bijvoorbeeld oplossen door een voorbeeld te laten zien (op het bord of op een papier).
  • Maak duidelijk wat voor antwoorden je wil zien bij de reacties. Bijvoorbeeld: geef een positieve reactie aan met een + en een negatieve reactie met een -. Of geen reactie/ wel een reactie. Ik was bij het nakijken nu veel tijd kwijt aan de interpretatie van hun reacties.
  • Zorgen dat de vraagstelling duidelijker is.


dinsdag 24 maart 2015

Opmerkingen van Mevrouw F op de lessen van 23 maart

1e uur Bespreken P2 enP4, Lymfe en huiswerk:
  • Denk er aan dat je de lampen uit en de gordijnen dicht doet als je het digibord gebruikt. Anders is het niet zichtbaar.
  • In de bespreking van de aders en slagaders zegt een leerling dat de slagader uit meerdere wanden bestaat. Je corrigeert hem op dat moment niet. Later geef je wel aan dat de wand van de slagader uit meerdere laagjes binnen 1 weefsellaag bestaat. Heeft hij dit nu wel meegekregen?
  • Geef aan dat uitwisseling van stoffen en gassen alleen in de haarvaten plaats vindt.
  • Je zegt dat er geen bloeddruk in de aderen is, dat is FOUT. ZOnder druk staat het bloed stil!! Er is wel druk alleen is dit zo laag dat er wel kleppen nodig zijn.
  • Mooie ppt over de weefselvloeistof/lymfe. Zeer goed voor onderbouw i.p.v. die van bioplek!

  • Witte bloedcellen sterven niet altijd als ze iets "gegeten"hebben.
  • Slim om ze eerst zelf aan de slag te zetten ipv het bespreken van huiswerk terwijl ze al zoveel uitleg hebben gehad.
2e uur bespreken Bloedgroepen, maken huiswerk volgende les
  • Heb je de leerlingen wel op de goede plek zitten? N en T is namelijk geen goede combi!
  • Je vraagt of leerlingen het bloedgroepen verhaal hebben begrepen. Na wat aandringen zijn er een aantal die aangeven dat ze het lastig vinden.
  • Y vraagt naar de genetica van de bloedgroepen. Stukje herhaling van blok 8.
    • Intermediaire + gewone overerving. Niet intermediaire dominante overerving.
    • Hij snapt niet dat i = recessief en IA en IB = dominant
  • je moet een leerling voor een tweede keer vragen om zijn boeken te pakken. Dit moet je niet accepteren
  • Ook de opmerkingen die door de klas moet je niet accepteren. Het verstoort je les en uitleg.
  • Je geeft J een beurt en T schreeuwt het antwoord erdoorheen, je corrigeert hem niet.
  • De uitleg is helder en stapsgewijs

  • T moet zijn vinger opsteken --> D doet dit wel maar hij krijgt geen aandacht: T krijgt dit wel!
  • T let niet goed op en als hij dat realiseert roept hij dit hardop door de klas.
  • In je ppt heb je enkele antistoffen., maar dan klontert het niet, om klontering te krijgen =>
  • Het gaat hier om een bloedtransfusie van alleen rode bloedcellen => Dit mag duidelijker weer gegeven worden.
  • Het schema gaat alleen over het ontvangen van (alleen) rode bloedcellen
  • Vraag over resus: goed uitgelegd maar bij resus heb je 1x fout bloed 'gratis'
  • Uitleg erfelijkheid: je had tegen Y kunnen zeggen dat je nu zijn vraag gaat beantwoorden
  • Vraag Y over niet logisch dat AB zeer zeldzaam is:
    • Linken aan evolutie
    • De bloedeiwitten zijn mutaties
    • 0 is de oudste
    • A komt daarna
    • B is zeer recent, vandaar dat AB nog zeldzaam is net zoals B.
  • Verbeter ze als ze bij de erfelijkheid Bi zeggen en niet (grote) IB en i
4e lesuur Zelfde als 1e lesuur
  • Bespreking P2 en P4
  • Uitleg bouw bloedvaten en lymfe
  • Mooie duidelijke start of duurt dit de hele les of is er ook nog tijd voor het maken van opdrachten?
  • Duidelijk naar de heren vooraan om er niet doorheen te kletsen
  • De rode circel voor rode bloedcellen en witte voor de witte bloedcellen = wel erg obvious
  • Je vergeet aan te geven dat het witte bloedcellen zijn omdat ze een celkern hebben!
  • Hoe weet ik wat een slagader of een ader is EN waarom?
    • Duidelijk, laat ze eerst zelf nadenken en om uitleg vragen. Zeer goed. Werkte bij de andere klas ook goed
  • Goed om eerst te vragen of ze dit onderdeel begrepen hebben en dan door te gaan naar het volgende onderdeel
  • Vraaggesprek met de klas is erg goed. Maar pas op dat het niet te lang duurt. Soms moet je zelf antwoorden geven e.d. om de vaart er in te houden.
  • Hebben we het over plasma of over bloedplasma? Op SO plasma goed? of moet het bloedplasma zijn?
  • Pus = dode + levende witte bloedcellen en dode en levende bacteriën (STOM want dit WEET ik ivm mijn werk als microbiologisch analist op een ziekenhuis!!!)
  • Je verdeelt de klas in tweeën om het huiswerk te bespreken, mensen die willen krijgen uitleg over het huiswerk de rest moet bezig met het huiswerk voor de volgende les.
    • Ga je voor de rest dan:
      • Het huiswerk later bespreken?
      • Kort de antwoorden bij langs lopen in een andere les?
      • antwoorden op magister geven?
    • Dit gebeurde geheel spontaan! Ik was eigenlijk van plan om de leerlingen aan het werk te zetten net als bij de klas het 1e uur. Maar er waren een aantal leerlingen die graag uitleg wilde over het huiswerk. Dit was dus niet gepland en ik heb er dan ook niet over nagedacht welke gevolgen dit voor de rest van de klas had.
  • Is het een slimme keus om het huiswerk te bespreken met een kleine groep leerlingen? Opdracht 7 gaat over iets waar veel leerlingen moeite mee hebben. Het was wel een gezellig onderonsje, ook voor de andere leerlingen
  • Begrippenlijsten controleren kost best veel tijd=> is dit het wel waard?
 
 

23 maart: een "gewone" theorieles: Hoe moet dat nou eigenlijk?

De meest ideale les bestaat uit:
  • Een korte introductie waarbij je de voorkennis van de leerlingen ophaalt, uitlegt wat je gaat doen en wat er van de leerling wordt verwacht.
  • Een (het liefst korte) uitleg over de theorie, waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse werkvormen: Vraag je leerlingen iets? Hoe doe je dat dan? Reageer je op vingers, mag er door de klas geroepen worden of pak je random iemand uit je klas?
    • Deze theorie wordt dan ook nog het liefste ondersteund met plaatjes, filmpjes en presentaties....
  • Waarna de leerlingen rustig (voor de docent het summum van perfectie: in stilte!) aan het werk gaan met de vragen. Als docent loop je dan door het lokaal om te kijken of er nog vragen zijn, hoe en of het huiswerk gemaakt is of gewoon voor een persoonlijk praatje met de leerling.
Maar ja dat is in de ideale wereld! In de echte wereld is het lastig om dit aan te houden... Want ja vorige week is er practicum gedaan en die MOET nabesproken worden EN de theorie van deze les MOET ook besproken worden EN dan moet eigenlijk ook nog het huiswerk besproken worden... Dat betektent 9 van de 10 keer dat je als docent bijna de hele les staat uit te leggen en praten voor de klas. En denk nou zelf aan vroeger: dat is saai en oerstom!

Dat is een beetje waar ik nu inzit: Ik WIL niet de hele les voor de klas staan uitleggen maar ik voel me er wel toe gedwongen om het te doen omdat al die dingen gedaan moeten worden... Zo ook mijn lessen van gisteren: Bijna de hele les ben ik aan het uitleggen of vertellen. Natuurlijk stel ik vragen aan de leerlingen zodat ze actiever mee doen maar ik ben zelf het meeste aan het woord. (overigens ligt hier voorlopig mijn leerdoel: hoe stel ik vragen en hoe bepaal ik welke leerling de beurt krijgt. Ik wil werken volgens: Denken - Delen - Uitwisselen)

Mijn uitleg ondersteun ik met eigen gemaakte powerpoints en bioplek.nl. Wat ik gister vooral heb geprobeerd te doen was om dat D-D-U uit te proberen. Bij de uitleg van de practica heb ik plaatjes uitgekozen van aders en slagaders en de leerlingen gevraagd welk bloedvat wat was en waarom ze dat denken. Ze mochten van mij niet gelijk de vingers opsteken maar ze moesten er even over nadenken. Tot zover ging dat goed, maar dan moet ik ze laten delen, wat denkt de buurman hierover? en dat vergeet ik helemaal en ga gelijk over met uitwisselen (met mij). Ik probeer hierbij wel mensen zelf aan te wijzen maar oooo wat zijn die vingers hardnekkig en ze roepen mij dan ook: Kies mij, kies mij, kies mij! Maar ook roepen de leerlingen de antwoorden af en toe door de klas, dit is overigens wel afhankelijk van de klas. Ik ga daar toch ook nog op in en geef daarmee eigenlijk de touwtjes uit handen, ik bepaal op dat moment niet zelf wat er gebeurt in de les...

Ik ben nog niet bij de ideale les maar ik ben er van overtuigd dat die er zeker gaat komen!

maandag 9 maart 2015

Aan welke competenties heb ik gewerkt bij het bloedsomloopspel

Ik heb niet (bewust) aan competentie 1 en 2 gewerkt, maar daar werk je natuurlijk elke les wel onbewust aan. Het is een tweede natuur aan het worden.

Competentie 3: Vak en Didactisch competent
  • Ik heb er in elk geval voor gezorgd dat de leerlingen vandaag enthousiast en gemotiveerd aan de slag gingen. 
  • Ik heb de onderwijsactiviteit vakinhoudelijk goed voorbereid. Ik heb het spel zelf ontworpen en dus is de basiskennis noodzakelijk.
  • Het leerdoel van vandaag was om de leerlingen te laten ervaren hoe de bloedsomloop gaat, waar het bloed langs gaat en wat er gebeurt in de organen. Door te doen koppel je een handeling aan het leren en begrijpen. Hierdoor kan het begrip beter beklijven.
  • Verband leggen met eerdere leerinhoud. Ik heb hier terug gekoppeld met leerstof uit het 1e leerjaar: verbranding.
  • Leerlingen motiveren  en betrekken bij de lesstof via betekenisgeving, actualisatie, visualisering, e.d. 
  • Activerende werkvormen toepast. Dit was een zeer activerende werkvorm.
  • Leerlingen feedback geeft op hun leerproces en dat met hen evalueert. Na het spel heb ik de vragen van de leerlingen laten terug komen en besproken. We zijn nogmaals door de hele bloedsomloop gegaan en alles benoemd wat er gebeurt en wat het is en welke namen daar bij horen.
 Competentie 4: Organisatorisch Competent
  • Door mijn enthousiasme om te beginnen, ging het iets te snel. Hierdoor was het niet duidelijk wat er gebeuren moest. Op dit punt had ik het beter kunnen doen.
  • Ik heb de les van te voren wel gestructureerd maar omdat het een eerste keer is dat deze werkvorm werd gedaan kan er op een heel aantal punten een verbetering toegepast worden. Als ik deze les nogmaals zou geven dan zou ik deze punten zeker meenemen.
  • Ik kan zeker improviseren, de uitvoering moet aangepast worden en dat ga ik ook doen zodat deze les een volgende keer beter verloopt.
Competentie 5 en 6 vind ik op deze les niet echt van toepassing. Waar nodig neem ik de feedback die ik van mijn collega's krijg ter harte en ik doe alles in overleg met de TOA (wat heel handig is als je dat zelf bent, maar ik overleg natuurlijk ook met mijn collega TOA).

Competentie 7 probeer ik elke les toe te passen door hier te bloggen over mijn ervaring en na elke les te kijken waar ik mezelf kan verbeteren maar ook door te kijken naar wat er goed gaat.

Het bloedsomloopspel. De uitvoering

En dan vandaag de uitvoering.... De leerlingen lopen eigenlijk al de les in met: Wat is dit? Gaan wij dat nu doen? Is het een hart? Ze zijn erg rumoerig en onrustig, ik vertel ze dat als ze gaan zitten en rustig luisteren ze snel genoeg weten wat er gedaan moet worden.

Ik begin de uitleg met de sticker op de tafels en dat die tafels weg gezet moeten worden. Waarop spontaan alle leerlingen hun tafels weg gaan zetten... Op dat moment bedenk ik me dat dat geen handige move was. Maar ja we zijn nu al bezig dus ik zet door.
Als alles op de plek staat waar het moet staan is het tijd om verder uit te leggen.
  • Ik leg uit dat ze een rode bloedcel zijn in de bloedsomloop en dat ze van mij straks een route krijgen. De route is vrij simpel: Je bent in een van de organen (longen, hersenen, lever, grote teen) en je pakt daar wat je nodig hebt. Je gaat aan de route beginnen en voor je eerste opdracht ga bijvoorbeeld links. Maar waar kan ik links en waar kan ik rechts? Ik leg de leerlingen uit dat er in onze bloedsomloop 2 soorten kruisingen zijn: Daar waar 2 bloedvaten samenkomen en daar waar een bloedvat zich splitst. Ik geef aan waar deze verschillen zijn en laat leerlingen mij vertellen waarom. In samenkomende vaten kun je niet tegen de stroom in!
  • Ik laat een leerling de opdrachtenstencil uitdelen. Dit gaat niet helemaal zoals ik wil en niet iedereen krijgt een formulier.
  • Hierna deel ik de routes uit en laat de leerlingen beginnen.
Gelijk is er al onduidelijkheid bij de leerlingen:
  • Mevrouw wat moet ik doen?
  • Waar moet ik nu heen?
  • Waarom staan er zoveel vakjes op ons formulier?
  • Waar loopt de zuurstofrijke stroom?
  • Geef ik in het hart en de boezems ook zuurstof af?
  • Maar ook de stiften die bij de organen liggen verdwijnen langzaam en de rest van de leerlingen hebben geen pen.
Door mijn snelle start is de uitleg niet goed aangekomen, maar dat zijn dingen waar je een eerste keer tegen aan loopt. Na ongeveer 25-30 minuten laat ik de leerlingen alle tafels weer terug zetten en probeer ik alle vragen van de leerlingen te bespreken.

Mijn tips voor de volgende keer.

  • Als je begint met de uitleg: Laat de leerlingen zitten tot je klaar bent met de uitleg, daarna kunnen de leerlingen alles aan de kant zetten.
  • Wat leg je uit?
    • Wat is de bedoeling van het spel
    • Welke baan is de zuurstofrijke en welke is de zuurstofarme stroom
    • Wat zijn samenkomende vaten en wat zijn de splitsende vaten
    • Teken elke plek af waar je geweest bent en geef eventueel aan of en wat je afgeeft en wat je opneemt.
    • Laat de leerlingen zelf een pen meenemen 
    • Op de beginplek moeten ze zuurstof of koolstofdioxide meenemen.
    • Als alles klaar staat kunnen ze bij hun onderdeel gaan staan.
    • Deel de opdrachten en formulieren uit en laat de leerlingen het doorlezen.
    • Leg als laatste uit waar welke tafels moeten staan.
  • De leerlingen kunnen de tafels gaan verzetten en als alles klaar staat kunnen ze beginnen.
Aantekeningen Mevrouw F.
  • Tafels zijn gecodeerd m.b.v. kleuren / stickers
    • Hieraan kun je zien waar de tafels moeten staan
  • Spullen in de tassen -> tassen in de rekken buiten het lokaal?
  • Eerst zeggen waar de tafels heen moeten, DAN pas laten doen
  • Blaadjes met de organen {+stift} op verschillende plekken in het lokaal leggen
    • is het handiger om allemaal hun eigen pen te laten gebruiken?
  • Bakjes met muntjes:
    • Zuurstof + lege Koolstofdioxide bij linker-,  en rechter long
    • Koolstofdioxide + lege Zuurstof bij hersenen, lever en grote teen
  • Stencil met opdracht uitdelen
  • Wij zijn rode bloedcellen
    • Waar komt het koolstofdioxide vandaan?
    • Waar is zuurstof voor nodig?
    • Verbranding (blok 3 vorig jaar)
  •  Uitleggen!!! Splitsende vaten (hier kun je links of rechts) en samenkomende vaten (hier kun je niet links of rechts je moet met de stroom mee)
  • Kleine opdracht uitdelen
  • Welke kleur streep is wat?
    • Paars = zuurstofarm
    • Geel = zuurstofrijk
    • Wit = het hart
  • Op het grote stencil schrijven waar je geweest bent
  • Beide opdrachten doen (kleine briefje en grote stencil)
 Nabespreken:
  • Uitleggen over de kransvaten -> in de boezems en kamers is geen afgifte en opname
  • Op het stencil ook opschrijven als je door het hart gaat
  • Plaatje m.b.v. Word document
  • Je hoeft niet weer terecht te komen waar je bent begonnen
  • Volledige circulatie = als je twee keer door het hart bent gegaan
  • Bloedvaten bespreken. welke is welke?
    • Aders en slagaders
    • Benoemen: Aorta, holle ader etc...
Voor volgend jaar:
  • Neem meer ruimte voor het hart en de bloedvaten die er boven zaten. Het was nu af en toe erg krap.
  • Neem andere soort muntjes: deze zijn erg breekbaar
Ik hoop dat de lessen een beetje goed zullen verlopen voor mevrouw F aanstaande woensdag.Ik zal dinsdag middag de bloedsomloop nog even nalopen en bijwerken waar nodig (nu maar hopen dat ik hem niet helemaal over hoef te doen...